Samen Zwanger - Een baby snapt niets van een boze moeder

Een baby snapt niets van een boze moeder. Boos schreeuwen tegen je baby van drie maanden kán erg zijn. Psychiater Laetitia Smarius zag dat het ene kind er gevoeliger voor is dan het andere.

Een moeder die tegen haar baby van drie maanden schreeuwt, is dat erg? Ze slaat het kind niet, ze schudt het niet door elkaar, ze legt het niet hardhandig in de wieg. Nee, ze schreeuwt alleen maar, met een boos gezicht. Ophouden! En nou ben je stil! Ik word gek van je!

„Ja”, zegt Laetitia Smarius. „Dat kán erg zijn. We hebben aanwijzingen gevonden dat het mogelijk negatieve gevolgen heeft.” Baby’s van moeders die twee keer of vaker boos tegen ze geschreeuwd hebben toen ze huilden bleken op hun vijfde of zesde een hogere bloeddruk te hebben dan baby’s van moeders die dat niet hadden gedaan.

Laetitia Smarius is psychiater, tot voor kort bij De Bascule, het academische centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie van Amsterdam. Ze heeft in Amsterdam UMC onderzoek gedaan naar stress bij moeders en baby’s, stress die zich uit in verbale agressie van de moeder en excessief huilen van de baby. Vorige maand is ze erop gepromoveerd.

De bloeddruk is maar iets verhoogd, één tot vijf millimeter kwik. Waarom is dat een probleem?

„Ook een iets verhoogde bloeddruk heeft invloed op de gezondheid, zeker als die al op zo jonge leeftijd begint. Het is op den duur een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten.”

Is het misschien ook een veeg teken? Dat er meer gebeurt dan alleen schreeuwen?

„Ik heb dat niet onderzocht, maar dat zou kunnen. Uit ons onderzoek blijkt dat verbaal agressieve moeders ook vaker fysiek agressief zijn. Ze hebben vaker een autoritaire opvoedstijl en ervaren meer stress door het moederschap dan moeders die niet verbaal agressief zijn. Ze hebben ook vaker depressieve klachten. Voor al deze factoren hebben we gecorrigeerd, maar er kan zeker meer aan de hand zijn.”

Ze zit aan tafel met haar promotor Theo Doreleijers, emeritus hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie, en met haar co-promotor Susanne de Rooij, psycholoog en epidemioloog. Zij doet ook onderzoek naar de effecten van stress in de kinderjaren en ze is onderzoeker bij de ABCD-studie: 8.000 Amsterdamse kinderen die vanaf de zwangerschap van hun moeder tot hun volwassenheid gevolgd worden. ABCD: Amsterdam Born Children and their Development. Laetitia Smarius heeft haar onderzoek gedaan bij deze kinderen en hun moeders. Vaders doen in deze langlopende prospectieve cohortstudie pas mee als de kinderen elf of twaalf zijn.

Waarom wil een psychiater onderzoek doen naar verbale agressie bij moeders?

„Omdat depressie- en angststoornissen, ADHD, vijandigheid en het somatiseren van psychische problemen samenhangen met nare gebeurtenissen in de kindertijd. Daar is veel onderzoek naar gedaan, maar meestal retrospectief, terugkijkend. Ik wilde zien hoe een baby van drie maanden die nare dingen meemaakt zich ontwikkelt.”

Waarom is dat schreeuwen zo naar?

„Ik stel me zo voor dat een baby van drie maanden het niet begrijpt en er niets mee kan. Bij een peuter kan het zinvol zijn om je stem te verheffen, zo kun je als moeder je punt maken. Voor een baby is het enkel angstaanjagend.”

En die angst wordt vastgelegd in de hersenen?

„Dat weten we niet, maar het zou kunnen. In de eerste maanden groeien de hersenstructuren voor de verwerking van emotionele informatie heel snel en ze zijn dan het meest kwetsbaar voor schadelijke invloeden uit de omgeving. Baby’s leren gezichtsuitdrukkingen herkennen en begrijpen, heel belangrijk voor de hechting. De band tussen moeder en kind is essentieel voor de ontwikkeling van de zelfregulatie en de emotieregulatie.”

Het ene kind, blijkt uit uw onderzoek, is genetisch gevoeliger voor verbale agressie dan het andere.

„Ja, dat is onze observatie, het was nooit eerder onderzocht. Bij baby’s die door hun genetische aanleg beter zijn in het herkennen van emoties zie je een sterkere verhoging van de bloeddruk: drie tot vijf millimeter kwik in plaats van één millimeter. Je zou kunnen zeggen dat sociale gevoeligheid een prijs heeft. En het zijn niet de uitzonderingen, deze baby’s. Het gaat om een genetische variant die veel voorkomt.”

Veel huilen, blijkt ook uit uw onderzoek, hangt niet samen met een verhoogde bloeddruk.

„Bij baby’s die excessief huilen, drie uur per dag, zie je later wel meer gedrags- en stemmingsproblemen en hyperactiviteit. Dat lijkt deels te komen door hoe zwaar de moeder de zorg voor de baby ervaart. Het is zeer belastend om een huilbaby te hebben, blijf maar eens rustig. Maar het excessieve huilen alleen was inderdaad niet gerelateerd aan een hogere bloeddruk of andere cardiovasculaire problemen.”

Hoeveel moeders schreeuwen tegen hun baby?

„We hebben het de moeders gevraagd met anonieme vragenlijsten, wat betrouwbaardere resultaten geeft dan gesprekken. Maar toch is het lastig om te erkennen dat je verbaal agressief bent tegen je baby van drie maanden. In mijn onderzoek zegt 10 procent van de moeders dat ze hun baby twee keer of vaker boos heeft toegesproken. In werkelijkheid zal het eerder vaker gebeuren dan minder vaak.”

Theo Doreleijers, die na zijn emeritaat in Rotterdam onderzoek heeft gedaan bij jonge kinderen op het consultatiebureau, en altijd heeft uitgedragen dat voorkomen beter is dan genezen, zegt dat hier een taak ligt voor de consultatiebureaus. „De verpleegkundige zou kunnen achterhalen of dit soort dingen gebeuren door simpele screenende vragen te stellen. Gewoon: schreeuw je wel eens tegen je baby om het huilen te stoppen, of als je het even niet meer ziet zitten?”

En dan?

Doreleijers: „Uitleggen waarom dat niet helpt. Vragen hoe anderen hen kunnen helpen om dat schreeuwen te voorkomen. Er zijn ook goede programma’s, ‘Stevig Ouderschap’ bijvoorbeeld, van het Nederlands Jeugdinstituut.” Ontzettend kortzichtig, vindt hij, dat er al jaren op consultatiebureaus en jeugdartsen bezuinigd wordt. „De eerste duizend dagen van een kind zijn zo belangrijk.”

Laetitia Smarius zegt dat mensen in de omgeving van moeders ook veel goeds kunnen doen. De baby even van haar overnemen. Zorgen dat ze even naar buiten kan. Zo jammer, zegt ze, dat moeders soms zo geïsoleerd zijn en alles in hun eentje moeten opknappen. Niet iets dat je zomaar oplost, zegt ze, maar het kan al enorm helpen als moeders op het consultatiebureau horen dat er oplossingen zijn. Of als ze erover kunnen praten met andere moeders.

 

Bron: NRC

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul aub een opmerking in!
Vul hier uw naam in