Als kersverse ouder heb je de afgelopen tijd veel meegemaakt. De laatste loodjes in de zwangerschap, onzekerheid en spanning, de bevalling zelf natuurlijk en nu ben je in de eerste weken/maanden met je baby. Mentaal en fysiek ben je toe aan rust en herstel. Maar met zo’n kleine baby kom je hier niet altijd voldoende aan toe.

Jullie baby zal niet altijd slapen als een roosje. Het slaapritme van een baby en jullie eigen bioritme lopen niet synchroon. Baby’s slapen lukraak, want zij hebben nog heel wisselende slaaptijden. Ik zal uitleggen hoe de babyslaap in elkaar zit en wat jullie kunnen doen wanneer de baby huilt of werkelijk een slaapprobleem heeft.

Bioritme

Baby ‘s hebben nog geen duidelijk dag-nachtritme. Ze slapen multifasisch. Baby’s hebben gemiddeld nog 14-17 uur slaap nodig per etmaal. En een baby deelt deze uren zelf in. Zeker niet altijd hoe het jullie uitkomt.

Het babybrein ontwikkelt zich erg snel en er wordt echt gewerkt aan een slaapritme, alleen merk je daar de eerste maanden nog niet zoveel van. Pas na een half jaar is het brein zo ver ontwikkeld dat er een bioritme ontstaat dat een langere nachtslaap geeft en twee slaapjes overdag (trifasisch). Hieruit mag je concluderen dat een baby de eerste maanden niet hoeft ‘door te slapen’. Met doorslapen wordt bedoeld: 6 uur achter elkaar doorslapen. Een slaapcyclus van een baby duurt ongeveer 45 minuten en die deelt jouw baby naar eigen gevoel en behoefte in.

Weetje: Met 4 maanden, 8 maanden en 12 maanden slaapt je baby waarschijnlijk even slechter door slaapregressiepunten, oftewel ontwikkelingsmomenten. Deze kunnen soms wel 6 weken duren.

Hoe voorkom ik dat mijn baby vaker of langer huilt dan nodig is?

Je baby kan nog niet praten dus als hij/zij huilt word je misschien onzeker. Heel begrijpelijk, zeker als dit je eerste kindje is, maar onzekerheid is lang niet altijd nodig. Houd het onderstaande goed voor ogen. Baby’s huilen allemaal geregeld en wanneer het buikje gevuld is, de luier schoon, de omgeving veilig en behaaglijk dan is troosten en nabijheid bieden genoeg. De eerste maanden kun je je baby niet ‘teveel verwennen’ door vaak liefdevolle aandacht en huidcontact te geven.

Hieronder zal ik je tips geven waar je op kunt letten om te voorkomen dat je baby vaker of langer huilt dan nodig is.

  • Rust, ritme en regelmaat is belangrijk voor de ontwikkeling van een goed slaapritme. Je kunt dus niet vroeg genoeg beginnen aan de voorwaarden te werken voor een gezond slapend kind. Vaste (slaap)rituelen, een vaste slaapplek, duidelijk ritme in de dag, vaste gewoontes helpen je kind om te ‘leren’ slapen;
  • Leer als ouders de verschillende signalen kennen van slaperigheid en oververmoeidheid. Let op: Dit zijn twee aparte dingen;
  • Bij slaperigheid is het bedtijd. Je baby kan dan wel huilen maar dit is meer een “slaaphuiltje”. Bij oververmoeidheid ben je te laat met naar bed brengen en zal je baby harder huilen, rusteloos zijn en moeilijker te kalmeren.

Slaperigheids- en oververmoeidheidssignalen

Dit zijn slaperigheidssignalen:

  • In oogjes wrijven;
  • Jengelen;
  • Gapen;
  • Staren;
  • Vingers in de mond;
  • Speen zoeken;
  • Handjes in vuisten.

En de oververmoeidheidssignalen (overprikkeling):

  • Zich overschreeuwen;
  • Vechten tegen de slaap;
  • Opgejaagd;
  • Rusteloos;
  • Boos worden;
  • Heel actief worden.

Regelmaat

Houd een oogje op de klok. Juist omdat baby’s nog geen eigen dag- en nachtritme hebben help je ze met rust, ritme en regelmaat. Houd de tijd in de gaten dat je kind wakker is. Een pasgeboren baby is per keer ongeveer 45 minuten wakker, daarna komt de slaaptijd alweer in zicht. Is je pasgeboren baby na ruim een uur nog wakker, dan heb je grote kans dat je de slaperigheidssignalen hebt gemist met als gevolg: meer kans op lang en hard huilen. Leer je baby zelf in te slapen door hem slaperig maar nog wakker in bed te leggen. Doordat je baby went aan het zelfstandig inslapen kan hij zelfvertrouwen krijgen dat dit veilig is. Een kort en duidelijk slaapritueel is van onschatbare waarde, daarentegen werken eindeloos durende rituelen en handelingen voorafgaand aan het slapen juist averechts.

Heb je wel of geen huilbaby?

Heel veel baby’s hebben in de late avond hun huiluurtjes. Je spreekt dan niet van een huilbaby. Dit is helaas wel precies de tijd dat jullie als ouders willen gaan slapen. Ergens tussen 21.30 uur en 1.00 uur kan het gedaan zijn met de rust. Dit is iets waar jullie slim mee om moeten gaan. Ga zelf op tijd naar bed, waardoor je misschien al anderhalf uur hebt geslapen voordat je baby gaat huilen. Zet tijdens deze huiluren je eigen gedachten op vertrouwen en rust en troost je kind zolang het nodig is, maar leg hem tussendoor ook zeker in het eigen bedje voor de volgende poging tot slapen. Blijf liefdevol en rustig, hoe moeilijk dit soms ook is. Jouw onrust en stress geef je over aan je kind.

Verdeel de avonden tussen papa en mama. Wanneer jij op vaste avonden lekker mag slapen (oordoppen in of zet een bed op zolder?) en je partner zorgt voor de nodige troost en aandacht voor de huilende uk, dan gaan jullie er zelf niet aan onderdoor. Het is ook helemaal niet gek om eens een logeerpartij af te spreken bij opa en oma. Dan kunnen jullie bijslapen.

Een huilbaby die hele nachten huilend doorhaalt en overdag zoetjes ligt te slapen is ongelooflijk vermoeiend voor de ouders. Je kind heeft vaak weinig slaaptekort maar jullie wel! Om in te kunnen schatten of je baby een slaapprobleem heeft kun je kijken naar de uren die hij heeft geslapen. Komen de slaapuren in de buurt van de 14 -17 uur? Dan is er geen slaapprobleem bij de baby, alleen bij jullie.

Lichamelijke ongemakken

Laat de huisarts altijd goed bekijken of er geen lichamelijke ongemakken ten grondslag liggen aan het huilen. Zaken als: tandjes, oorpijn, reflux/maagzuur, buikkramp, jeuk/eczeem, geboorteproblemen aan de wervels of sleutelbeen of een traumatische geboorte-ervaring kunnen nachtelijk huilen verergeren. Het stelt in ieder geval gerust als je huisarts aangeeft wat je hiermee kunt doen.

Stel dat er niets aantoonbaar lichamelijks aan de hand is en je baby doet toch niets anders dan huilen, geef dan liefde, troost en afleiding zoveel je kunt terwijl je zelf ‘overeind’ probeert te blijven. Hiervoor zijn draagdoeken, schommelstoeltjes, wipstoeltjes, ledikantjes die vanzelf wiegen en wandelwagens. Overdag kan het helpen om je baby een massage te geven, te gaan zwemmen met je baby en een autoritje te maken.

Pas op met samen slapen in het ouderlijk bed. In verband met wiegendood is dit niet aan te raden. Beter is het om je huilende baby in het ledikantje naast jullie bed te slapen te leggen.

Wees gerust, het is een fase

Zeg geregeld tegen jezelf: deze fase gaat weer voorbij! Belangrijk is dat je goed voor jezelf blijft zorgen (hulp vragen, uit logeren en toerbeurten) en rustig kunt blijven tegen je baby. Je bent geen slechte ouder als je even een time-out neemt! Op tijd afstand nemen helpt je juist om deze huilfase te volbrengen.

Nu de laatste tip: het is zalig voor je eigen energie en herstel om overdag mee te slapen met een middagslaapje van je baby. Door anderhalf uur slaap te pakken overdag kun je de onderbrekingen in de nacht beter opvangen. Een troostende gedachte kan zijn dat jonge ouders na een nachtelijke onderbreking vaak snel weer in diepe slaap vallen, waardoor de slaapkwaliteit van de (weinige) slaapuren hoog is.

Welterusten!

Auteur: Francis Lanen – de Haan, Grondlegger van het Landelijk Netwerk Slaapoefentherapie, Docent aan de opleiding Slaapoefentherapie, Psychosomatisch oefentherapeute Cesar

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul aub een opmerking in!
Please enter your name here

3 + veertien =